a | A
Participatie aan de arbeidswereld
Totaal: 80 u
  1. Organisatie van de welzijnszorg  (34 u):
    •  Structuur van de welzijnszorg  (12 u)
      1. algemeen overzicht 
      2. dienst voor gezinszorg
      3. RVB / RVT
      4. raadplegen en interpreteren van informatiebronnen (o.a. sociale kaart, welzijnsgids, )
      5. verschillende professionelen en hun opdrachten in deze sector
      6. specifieke woonvormen voor bejaarden
      7. begrippen: mantelzorg, patiënt-cliëntgerichte dienstverlening, situering van de verzorgende
      8. instanties met betrekking tot sociale voorzieningen: pensioen, gewaarborgd inkomen, …
      9. vrijwilligerswerking
    • Elementaire termen sociale voordelen bejaarden  (2 u)
      1. RMI wet = leefloon 
    • Sociale instellingen (20 u) 
      1. Hulp aan moeder en kind  (Kind en Gezin)
        • pre –en postnatale raadpleging
        • raadpleging voor het jonge kind
      2. Hulp aan het gezin bij de opvoeding van de kinderen
        • voorzieningen voor hulp aan het schoolgaande kind
        • de zorg voor zwakke schoolgaande jeugd en adolescenten
      3. Hulp aan gehandicapten
      4. Hulp aan het gezin in moeilijkheden
        • bij relatieproblemen
        • bij financiële nood
        • bij ziekte
        • bij opvoedingsmoeilijkheden
      5. Werken in voorzieningen voor bejaarden
      6. Hulp bij de huisvesting van gezinnen en bejaarden
         
  2. Deontologie   (28 u)
    • Elementaire begrippen van:
      • rechten en plichten van cliënt en bewoner
      • bevoegdheden en aansprakelijkheid
      • houding van de verzorgende in verschillende beroepssituaties
      • beroepsgeheim
      • actuele belangstellingspunten
      • (eigenheid van de onderscheiden beroepen in de (para)-medische sector)
      • (onderlinge relatie en complementariteit tussen de beroepen)
      • eigen verantwoordelijkheid binnen de zorgstructuren
      • herleiden van bestaande codes naar praktische bruikbaarheid
      • inzicht in maatschappelijke tendensen
    • Gezinszorg
      • de noodzakelijkheid van de diensten voor gezinszorg
      • de diensten voor gezinszorg: doel, structuur, werking
      • de plaats en de rol van de diensten voor gezinszorg in het kader van het gezinswetenschappelijk werk
      • de hoedanigheden die worden vereist van de verzorgende
      • het statuut van de verzorgende
      • elementaire begrippen over individuele, echtelijke, sociale en gezinsmoraal
      • verschil niveau C / D bij tewerkstelling
         
  3. Sociale zekerheid en recht  (18 u)
    •  Sociale zekerheid  (6 u)  
      • Elementaire begrippen over de sociale zekerheid (RSZ)
    • Recht  (12 u)
      • Arbeidsrecht  (4 u)
      • Gezinsrecht  (8 u)
      • Varia