a | A
Participatie in de arbeidswereld
  1. De verzorgende/zorgkundige heeft inzicht in arbeids- en sociaal zekerheidsrecht
    •  Dit heeft betrekking op: het arbeidsreglement, de arbeidsovereenkomst, het loon, de collectieve arbeidsovereenkomsten
    • De verzorgende/verzorgende kent bestaande organisaties die de beroepsbelangen verdedigen
    • De verzorgende/zorgkundige kent de eigen rechten en plichten en durft er voor opkomen
       
  2. De verzorgende/zorgkundige heeft inzicht in de structuur en de organisatie van de welzijnszorg
    •  De verzorgende/zorgkundige kent de inhoud van de begrippen:
      • mantelzorg
      • patiënt-cliëntgerichte dienstverlening en situering van de verzorgende: professionele en institutionele zorg
      • extramurale en intramurale voorzieningen, diensten en aard van de geboden hulp
      • specifieke woonvormen voor bejaarden
      • bewaken van de gezondheidstoestand van de zorgvrager
      • sociale voordelen voor bejaarden
    • De verzorgende/zorgkundige kan doorverwijzen naar aparte instanties m.b.t. sociale voorzieningen: pensioen, gewaarborgd inkomen, …
    • De verzorgende/zorgkundige kan informatiebronnen (o.a. sociale kaart, welzijnsgids, …) raadplegen en interpreteren
        
  3. De verzorgende/zorgkundige heeft inzicht in basisprincipes van reht, deontologie en beroepsethiek
    •  De verzorgende/zorgkundige kent:
      1. elementaire begrippen van: 
        • rechten en plichten van cliënt en bewoner
        • bevoegdheden en aansprakelijkheid
        • houding van de verzorgende/zorgkundige in verschillende beroepssituaties
        • beroepsgeheim
        • actuele belangstellingspunten
      2. de eigenheid van de onderscheiden beroepen in de (para)medische sector
      3. de onderlinge relatie en complementariteit tussen de beroepen
      4. zijn eigen verantwoordelijkheid binnen de verschillende zorgstructuren en opdrachten
    • De verzorgende/zorgkundige staat open voor permanente persoonlijke groei en werkt samen met andere verzorgenden/zorgkundigen vanuit de bereidheid een bijdrage te leveren aan een goede teamgeest
    • De verzorgende/zorgkundige kan bestaande codes o.a. “Universele Verklaring van de Rechten van de Mens” (V.N.) en “Rechten van het Kind” (UNICEF) herleiden naar praktische bruikbaarheid; m.a.w. hij kan de juiste gedragslijn omschrijven
    • De verzorgende/zorgkundige heeft een zeker inzicht in maatschappelijke tendensen, in de maatschappelijke waarde van een aantal gebeurtenissen, in de niet-vrijblijvendheid van een aantal zaken (en de repercussies voor de welzijnssector), voor het eigen beroep