Participatie in de arbeidswereld
-
De verzorgende/zorgkundige heeft inzicht in arbeids- en sociaal zekerheidsrecht
-
Dit heeft betrekking op: het arbeidsreglement, de arbeidsovereenkomst, het loon, de collectieve arbeidsovereenkomsten
-
De verzorgende/verzorgende kent bestaande organisaties die de beroepsbelangen verdedigen
-
De verzorgende/zorgkundige kent de eigen rechten en plichten en durft er voor opkomen
-
De verzorgende/zorgkundige heeft inzicht in de structuur en de organisatie van de welzijnszorg
-
De verzorgende/zorgkundige kent de inhoud van de begrippen:
-
mantelzorg
-
patiënt-cliëntgerichte dienstverlening en situering van de verzorgende: professionele en institutionele zorg
-
extramurale en intramurale voorzieningen, diensten en aard van de geboden hulp
-
specifieke woonvormen voor bejaarden
-
bewaken van de gezondheidstoestand van de zorgvrager
-
sociale voordelen voor bejaarden
-
De verzorgende/zorgkundige kan doorverwijzen naar aparte instanties m.b.t. sociale voorzieningen: pensioen, gewaarborgd inkomen, …
-
De verzorgende/zorgkundige kan informatiebronnen (o.a. sociale kaart, welzijnsgids, …) raadplegen en interpreteren
-
De verzorgende/zorgkundige heeft inzicht in basisprincipes van reht, deontologie en beroepsethiek
-
De verzorgende/zorgkundige kent:
-
elementaire begrippen van:
-
rechten en plichten van cliënt en bewoner
-
bevoegdheden en aansprakelijkheid
-
houding van de verzorgende/zorgkundige in verschillende beroepssituaties
-
beroepsgeheim
-
actuele belangstellingspunten
-
de eigenheid van de onderscheiden beroepen in de (para)medische sector
-
de onderlinge relatie en complementariteit tussen de beroepen
-
zijn eigen verantwoordelijkheid binnen de verschillende zorgstructuren en opdrachten
-
De verzorgende/zorgkundige staat open voor permanente persoonlijke groei en werkt samen met andere verzorgenden/zorgkundigen vanuit de bereidheid een bijdrage te leveren aan een goede teamgeest
-
De verzorgende/zorgkundige kan bestaande codes o.a. “Universele Verklaring van de Rechten van de Mens” (V.N.) en “Rechten van het Kind” (UNICEF) herleiden naar praktische bruikbaarheid; m.a.w. hij kan de juiste gedragslijn omschrijven
-
De verzorgende/zorgkundige heeft een zeker inzicht in maatschappelijke tendensen, in de maatschappelijke waarde van een aantal gebeurtenissen, in de niet-vrijblijvendheid van een aantal zaken (en de repercussies voor de welzijnssector), voor het eigen beroep
|
|